Waarom AI hier niet de concurrent is
- Lemon Copy

- 3 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen

Amsterdam, 2004. Mijn afstudeerplek bij een lokale omroep. Belangst? Geen sprake van, zoals je ziet. Wel een mooie fleecetrui die je blijkbaar gewoon naar je werk kon dragen. Hoe dan ook: na jaren van “geen idee” was daar ineens dat heldere gevoel: "dít wil ik." En minstens zo belangrijk, zeker op die leeftijd: "híer ben ik goed in!" Mensen benaderen, gesprekken voeren, interviews afnemen, memorabele verhalen maken in beeld en tekst. Anno 2026 zou ik zelfs zeggen: "dit bén ik!" Niet gek dus dat er zich al een tijd een ongemakkelijke vraag opdringt: wat ben ik eigenlijk nog waard te midden van de AI-revolutie?
“AI gaat mensen in alle facetten van hun leven en alle soorten beroepen uiteindelijk raken”, zei Alexander Klöpping drie jaar geleden. Ik zag mezelf direct naast zo’n weefgetouw staan ten tijde van de industriële revolutie. Want ik ken elke draad van een goed verhaal. Elk patroon. En ontelbaar veel manieren om er een mooi geheel van te maken. Maar nu is daar die machine… Groter. Sneller. Constanter. En die zorgt voor onrust: is mijn ambacht waardeloos geworden? Die tienduizenden uren ervaring door leren, praten, schrijven, filmen, maken, workshops geven…? POEF… In één druk op de knop en in circa 3 seconden rechts ingehaald.
Ik kies liever voor een andere route: misschien is de vraag niet of talent en vakmanschap minder waard zijn geworden, maar hoe en waar ze nu opnieuw betekenis krijgen. Een kantelpunt waar elk ambacht vroeg of laat doorheen gaat. Beursonline omschreef het laatst treffend: ‘AI veroorzaakt een breuklijn en wie niet meedoet, is weg.’ Meedoen dus. In mijn geval – en misschien ook in dat van jou, lezer – betekent het niet dat ik me compleet laat vervangen door technologie, maar dat ik in die nieuwe realiteit mijn rol opnieuw moet uitvinden. Minder uitvoeren, meer regisseren? Tot AI me ook daar inhaalt en dan opnieuw wisselen van rijstrook?
Toch blijft één onderdeel van ons vak fier overeind! Ook nu nog. Op de opleiding journalistiek leerde ik dat een interview draaide om het stellen van de juiste vragen. Hoe scherper de vraag, hoe beter het antwoord. En met een beetje heldere prompt, zet AI die vragen inmiddels al keurig op een rij. Maar wie veel gesprekken voert, weet: dat is een comfortabele illusie. De meest interessante antwoorden ontstaan namelijk niet door de vraag zelf, maar door wat er gebeurt rondom die vraag.
Het zit in hóe ik ‘m stel.
En in hóe ie wordt beantwoord.
In de blik.
De pauze.
De omweg.
De correctie halverwege een zin.
De lach die net te snel komt of juist heel subtiel.
De zin die klinkt als zekerheid, maar voelt als twijfel.
Dat is geen taal.
Dat is menselijk gedrag.
En juist dat stukje van een gesprek haalt zelfs de beste transcriptie-tool er nog niet uit. Terwijl daar bijna altijd het échte verhaal verscholen zit.
AI als de nieuwe, onverslaanbare concurrent van schrijvers en journalisten? Ja, op sommige vlakken klopt dat. Even snel een tekstje? Rechttoe rechtaan contentadvies? Daarvoor word ik in vergelijking met de start van Lemon Copy merkbaar minder gebeld. En dat snap ik: AI is sterk in taal. Sterk in patronen en structuur. Maar een gesprek is geen taalprobleem. Het is bij uitstek een menselijk spanningsveld. In een goed interview zit spanning, frictie soms, maar ook vertrouwen en timing. Ik vóel wanneer ik moet doorvragen en wanneer ik juist even moet zwijgen. Soms flirt ik met een onderwerp, dan weer prikkel ik of geef ik ruimte zodat iemand zelf tot de kern komt. Die afwisseling – die prachtige dans tussen nabijheid en afstand – maakt dat een gesprek gaat leven. En het verhaal dat daaruit voortkomt óók. Aanvoelen. Leven. Dát is de kern van ons werk, dáár zit het echte talent. En dat is precies het stukje waar AI nog niet bij kan. Het verschil tussen een goed en een memorabel verhaal!
Voor mij kwamen de woorden van Alexander Klöpping in no-time uit. En wat AI voor mij heeft blootgelegd? Dat ik mezelf voortdurend moet dwingen om preciezer te worden in wat ik zelf toevoeg. Niet: “ik maak mooie verhalen” (wat ik overigens wel doe), maar: “ik merk op wat anderen vaak niet in woorden weten te vangen.” Niet: “ik stel goede vragen”, maar: “ik herken het échte antwoord.” Dat zijn de lagen waar AI niet bij kan. Nog niet in elk geval. En zodra ik toch ook hierin rechts word ingehaald, moet ik opnieuw scherper worden in wat ik zelf eigenlijk nog toevoeg. In wat ik waard ben. Let’s go AI!
Overigens misschien leuk om te weten: dit inzicht is één van de redenen waarom ik besloot om naast Lemon Copy ook graag babs te willen worden bij de gemeente 's-Hertogenbosch. Al het mooie van ons vak én een rol die je niet snel uit handen geeft aan een machine. Hoewel…? Zodra Alexander Klöpping daar een andere visie op heeft, hoor ik het heel graag.
Martha 💛🍋
p.s. Die streepjes in de tekst – je weet wel – die tussenzinnen zo lekker naar voren halen? Die heb ik niet van ChatGPT of Claude. Die hebben Chat en Claude van míj (en van mijn collega-tekstschrijvers uiteraard 💛)




Opmerkingen